Voordat een verwarmingsinstallatie kan worden gedimensioneerd, moet bekend zijn hoeveel vermogen elke ruimte werkelijk nodig heeft. Een warmteverliesberekening geeft daar een onderbouwd antwoord op, per ruimte en voor het gehele gebouw.
Wat is een warmteverliesberekening
Een warmteverliesberekening bepaalt hoeveel warmte een ruimte verliest via transmissie door de gebouwschil en via ventilatie en infiltratie, bij een vastgestelde buitentemperatuur. Het resultaat is het benodigde verwarmingsvermogen per ruimte en voor het gebouw als geheel.
Dat vermogen is de basis voor drie beslissingen tegelijk: de keuze en dimensionering van de warmteopwekker, de keuze van de afgiftesystemen per ruimte, en het hydraulisch inregelen van de installatie zodat elke ruimte krijgt wat hij nodig heeft, niet meer en niet minder.
Wanneer heeft u een warmteverliesberekening nodig
- Bij nieuwbouw, voor de keuze en dimensionering van de warmteopwekker
- Bij vervanging van een cv-ketel door een warmtepomp, omdat het vermogen en de afgiftetemperatuur anders liggen dan bij een traditionele ketel
- Bij renovatie of aanbouw, waar de bestaande installatie opnieuw moet worden doorgerekend
- Als onderbouwing van radiatorgroottes, vloerverwarmingscircuits of leidingdimensionering
Vooral bij de overstap naar een warmtepomp is een correcte warmteverliesberekening belangrijker dan bij een cv-ketel. Een warmtepomp werkt met lagere afgiftetemperaturen, en een overgedimensioneerde of ondergedimensioneerde installatie raakt dan sneller merkbaar in comfort en energieverbruik. Lees meer over het dimensioneren van een warmtepomp.
Hoe verloopt het proces
- AanleverenPlattegronden met de gevelopbouw, isolatiewaarden en het type beglazing van het gebouw.
- ModellerenOpbouw van een volledig 3D-model in Vabi Elements, ruimte voor ruimte.
- BerekenenBepaling van het benodigde verwarmingsvermogen per ruimte en voor het gehele gebouw.
- OpleverenEen rapport met de resultaten per ruimte, normenconform en direct bruikbaar voor de installateur bij het inregelen van de installatie.
Omdat warmteverlies, koellast en gebouwsimulatie in Vabi Elements op hetzelfde 3D-model zijn gebaseerd, blijft de samenhang tussen de berekeningen inzichtelijk als een project meerdere berekeningen vraagt.
Warmteverliesberekening versus koellastberekening
Een warmteverliesberekening en een koellastberekening zijn twee losse berekeningen die vaak met elkaar worden verward, of juist ten onrechte als hetzelfde worden gezien.
De warmteverliesberekening bepaalt het benodigde verwarmingsvermogen in de winter, bij een vastgestelde lage buitentemperatuur. De koellastberekening bepaalt het benodigde koelvermogen in de zomer, bij een vastgestelde hoge buitentemperatuur en met zoninstraling als belangrijkste factor. Beide berekeningen worden vaak voor hetzelfde gebouw uitgevoerd, maar het zijn afzonderlijke berekeningen met een eigen methodiek en een eigen norm.
Beide zijn statische piekberekeningen. Wilt u naast het piekvermogen ook weten hoe vaak dat vermogen daadwerkelijk nodig is over het jaar, bijvoorbeeld voor de fijnste dimensionering van een warmtepomp, dan geeft een TO-berekening dat aanvullende inzicht via een jaarbelastingduurkromme.
Waarom de warmteverliesberekening en een jaarsimulatie verschillen
Wie naast de warmteverliesberekening ook een TO-berekening laat opstellen, ziet vrijwel altijd twee verschillende verwarmingsvermogens. Dat is geen fout, maar het is wel belangrijk te weten waar het verschil zit en welk getal waarvoor dient.
Een klein deel van het verschil is gelijktijdigheid: op het piekuur zit niet elke ruimte exact op zijn eigen maximum. Aan de warmtekant is die winst echter beperkt, want de winterpiek valt buiten gebruikstijd, zonder zon en zonder interne warmtelasten, en dan staat vrijwel het hele gebouw tegelijk op zijn maximum.
Het grotere deel zit vaak in de ventilatievoorverwarming. Een warmteterugwinwiel presteert bij vorst minder: het toert terug om rijpvorming te voorkomen, juist op de koudste uren van het jaar. De warmteverliesberekening houdt daar rekening mee door zonder voorverwarmer met een gereduceerd terugwinrendement te rekenen; een jaarsimulatie rekent het wiel doorgaans op vol rendement en onderschat de benodigde ventilatieverwarming dus precies op het maatgevende moment.
De conclusie voor de praktijk: de warmteopwekker dimensioneert u op de warmteverliesberekening. Het verwarmingsvermogen uit een simulatie is een waardevol controlegetal, maar geen ontwerpwaarde. Aan de koudekant ligt dat andersom; waarom, leest u in ons artikel over de TO-berekening.
Normen en methodiek
De warmteverliesberekening wordt uitgevoerd conform ISSO 51. Het gebouw wordt volledig in 3D gemodelleerd in Vabi Elements, zodat isolatiewaarden, glaspercentages en ruimte-indeling nauwkeurig worden meegenomen in plaats van forfaitair te worden ingeschat.
Norm
ISSO 51
Veelgestelde vragen
Wij werken niet met standaardprijzen, elke opdracht verschilt in omvang en complexiteit. Deel uw projectgegevens en u ontvangt binnen 48 uur een vaste offerte op maat.
De doorlooptijd hangt af van de omvang en het type project. Dankzij een efficiënte werkwijze en een vast netwerk leveren wij doorgaans binnen enkele werkdagen op. Bij de offerte geven wij een concrete levertijd af.
Een klein deel van het verschil is gelijktijdigheid, maar aan de warmtekant is die winst beperkt: de winterpiek valt buiten gebruikstijd en dan zit vrijwel elke ruimte tegelijk op zijn maximum. Het grotere deel zit vaak in de ventilatievoorverwarming: een warmteterugwinwiel toert bij vorst terug om rijpvorming te voorkomen en wint dan minder terug, juist op de koudste uren. De warmteverliesberekening rekent daarom met een gereduceerd terugwinrendement, terwijl een simulatie doorgaans vol rendement aanhoudt. De warmteopwekker dimensioneert u dus op de warmteverliesberekening; het simulatiegetal is een controlewaarde.
Niet standaard wettelijk verplicht, maar in de praktijk wel de gangbare basis. Warmtepompleveranciers en installateurs vragen er vaak om voordat zij een systeem selecteren, omdat een verkeerd gedimensioneerde warmtepomp direct te merken is in comfort en energieverbruik.
Een warmteverliesberekening bepaalt het benodigde verwarmingsvermogen in de winter. Een koellastberekening bepaalt het benodigde koelvermogen in de zomer. Beide zijn losse berekeningen, maar worden vaak samen uitgevoerd voor hetzelfde gebouw.