Kennisartikel

NEN 1087 en NEN 8087: de ventilatie-eisen voor nieuwbouw en bestaande bouw

Het Bbl stelt verschillende ventilatie-eisen aan nieuwbouw en bestaande bouw, en wijst daarvoor twee verschillende normen aan. Dit artikel legt uit welke eisen wanneer gelden, wat het rechtens verkregen niveau bij verbouw betekent, en waarom juist bestaande gebouwen steeds vaker knellen.

Een kantoor uit de jaren 2000. De bezetting is verdicht van 8 naar 6 tot 7 m² per persoon, de ambities voor het binnenklimaat zijn omhooggegaan, en alle VAV-kleppen staan op 100 procent. Toch is er lucht te weinig: de luchtbehandelingskast en de kanalen zijn ooit ontworpen op een ander gebouwgebruik. Dit scenario speelt op dit moment in veel Nederlandse kantoren, en het begint altijd bij dezelfde vraag: welke ventilatie-eisen gelden hier eigenlijk?

Bouwbesluit of Bbl: welke regels gelden

Veel opdrachtgevers en bestekken spreken nog over "de ventilatie-eisen uit het Bouwbesluit". Sinds 1 januari 2024 is het Bouwbesluit 2012 opgegaan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), onderdeel van de Omgevingswet. De ventilatie-eisen zijn daarbij inhoudelijk grotendeels overgenomen, maar de artikelnummers en de indeling zijn veranderd. Wie vandaag een berekening laat toetsen, toetst dus aan het Bbl, ook als het bestek nog naar het Bouwbesluit verwijst.

Het Bbl maakt daarbij een fundamenteel onderscheid dat in de praktijk vaak wordt gemist: de eisen voor nieuwbouw staan in hoofdstuk 4, de eisen voor bestaande bouw in hoofdstuk 3, en die twee niveaus liggen ver uit elkaar.

Twee normen, twee regimes

Het Bbl stelt de grenswaarden, maar schrijft niet zelf voor hoe de capaciteit van een ventilatievoorziening moet worden bepaald. Daarvoor wijst het een norm aan, en dat is per regime een andere:

Dat onderscheid is meer dan een formaliteit. Wie een bestaand gebouw toetst aan NEN 1087 in plaats van NEN 8087, of andersom, toetst aan het verkeerde kader en komt tot conclusies die juridisch geen stand houden. In rapportages hoort daarom altijd expliciet te staan welk regime en welke norm zijn gehanteerd.

De eisen voor nieuwbouw

Voor nieuwbouw staan de eisen in artikel 4.122 van het Bbl. Voor de woonfunctie zijn ze gekoppeld aan de vloeroppervlakte:

De gebieds- en ruimte-eisen gelden aanvullend op elkaar: bij een ingedeeld verblijfsgebied is voldoen aan alleen de verblijfsruimten dus niet voldoende. Voor de meeste andere gebruiksfuncties, zoals kantoren, scholen en bijeenkomstruimten, werkt het Bbl niet met een oppervlakte-eis maar met een capaciteit per persoon uit tabel 4.121; welke waarde geldt, hangt af van de gebruiksfunctie en volgt uit de berekening.

Voor een centrale voorziening die meerdere verblijfsgebieden bedient, geldt bovendien de 70%-regel: de capaciteit moet ten minste gelijk zijn aan de zwaarste eis van een afzonderlijk gebied, en daarnaast ten minste 70 procent van de som van alle aangesloten gebieden bedragen. Daarin zit de erkenning dat niet elke ruimte gelijktijdig maximaal wordt gebruikt.

De eisen voor bestaande bouw

Voor bestaande bouw gelden de eisen uit artikel 3.67 van het Bbl, bepaald volgens NEN 8087. Voor een verblijfsruimte van een woonfunctie is dat ten minste 0,7 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s; voor andere gebruiksfuncties geldt ook hier een capaciteit per persoon, op een lager niveau dan bij nieuwbouw. Voor een centrale voorziening volstaat dat de zwaarste aangesloten verblijfsruimte kan worden bediend; de 70%-optelling uit het nieuwbouwregime geldt hier niet.

Belangrijk om te beseffen: het bestaande-bouwniveau is een absolute ondergrens, bedoeld om te bepalen wanneer een gebouw zo slecht is dat handhaving aan de orde is. Het is géén ambitieniveau. Een kantoor dat precies aan artikel 3.67 voldoet, is juridisch in orde en tegelijk ver verwijderd van wat gebruikers vandaag als een gezond binnenklimaat ervaren.

Verbouw en het rechtens verkregen niveau

Tussen nieuwbouw en bestaande bouw zit een derde situatie: verbouw. Daarvoor geldt als uitgangspunt het rechtens verkregen niveau: de kwaliteit die legaal aanwezig is, mag door de verbouwing niet verslechteren, met het bestaande-bouwniveau als absolute ondergrens. Wie een gebouw renoveert, hoeft de ventilatie dus niet automatisch naar nieuwbouwniveau te brengen.

Twee situaties verdienen daarbij extra aandacht. Wordt de ventilatie-installatie volledig vernieuwd, dan schuift het toetsniveau richting de nieuwbouweisen. En verandert de gebruiksfunctie, bijvoorbeeld van kantoor naar wonen, dan verandert ook de tabelregel waaraan wordt getoetst, en daarmee de vereiste capaciteit. Juist bij transformatieprojecten is dit een van de eerste dingen om vast te stellen, omdat het bepalend is voor de haalbaarheid van het installatieconcept.

Waarom bestaande gebouwen knellen

Terug naar het kantoor uit de inleiding. Daar komen drie ontwikkelingen samen. De bezetting is verdicht: waar ooit met 8 m² per persoon werd gerekend, is 6 tot 7 m² inmiddels gangbaar, en de persoonsgebonden ventilatiebehoefte stijgt recht evenredig mee. De verwachtingen zijn gestegen: programma's van eisen voor gezonde kantoren leggen de lat per persoon aanzienlijk hoger dan het Bbl-minimum. En de installatie is begrensd: de luchtbehandelingskast, de kanalen en de schachten zijn gedimensioneerd op het oorspronkelijke gebruik.

Het resultaat is herkenbaar: VAV-kleppen die permanent op 100 procent staan, CO₂-niveaus die in vergaderruimten oplopen, en klachten die met regeltechniek niet meer op te lossen zijn, omdat het probleem niet in de regeling zit maar in de capaciteit. Een toets aan het Bbl laat dan vaak zien dat het gebouw formeel nog voldoet, terwijl het functioneel tekortschiet. Precies daarom is het belangrijk om bij bestaande gebouwen twee vragen te scheiden: voldoet het gebouw aan de wettelijke ondergrens, en levert de installatie wat het huidige gebruik vraagt?

Praktische tip: stel bij een verdichtings- of transformatieplan de ventilatiecapaciteit als eerste vast, vóór de indeling definitief wordt. De kast en de schachten zijn de duurste onderdelen om achteraf te vergroten; het aantal werkplekken aanpassen aan de beschikbare lucht is vaak goedkoper dan andersom.

Van eis naar ontwerp

De eisen uit dit artikel zijn de wettelijke ondergrens; de vertaling naar luchthoeveelheden per ruimte, de toets van een bestaande installatie en de keuze van het ventilatiesysteem is het werk van een ventilatieberekening. Daarin worden de debieten per ruimte bepaald en getoetst aan het juiste regime, en wordt zichtbaar waar de bestaande capaciteit tekortschiet. De stap daarna, kanalen, roosters en de inpassing in het gebouw, hoort bij het installatieontwerp.

Normen en methodiek

De grenswaarden volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving: artikel 4.122 voor nieuwbouw en artikel 3.67 voor bestaande bouw. De capaciteit wordt bepaald volgens NEN 1087 bij nieuwbouw en volgens NEN 8087 bij bestaande bouw. Onze berekeningen benoemen altijd expliciet welk regime is gehanteerd, zodat de rapportage juridisch herleidbaar is.

Normen

NEN 1087  ·  NEN 8087

Veelgestelde vragen

Beide zijn bepalingsmethoden voor de capaciteit van een ventilatievoorziening, maar het Bbl wijst ze voor verschillende regimes aan: NEN 1087 voor nieuwbouw, NEN 8087 voor bestaande bouw. De bijbehorende grenswaarden verschillen ook: het bestaande-bouwniveau ligt aanzienlijk lager. Een toets is alleen geldig als norm en regime bij elkaar horen.

Meestal niet. Bij verbouw geldt het rechtens verkregen niveau: de legaal aanwezige kwaliteit mag niet verslechteren, met het bestaande-bouwniveau als ondergrens. Wordt de ventilatie-installatie volledig vernieuwd, dan schuift het toetsniveau richting nieuwbouw, en bij een functiewijziging verandert de tabelregel waaraan wordt getoetst. Leg per project vast welk regime van toepassing is voordat er wordt gerekend.

Inhoudelijk meestal niet: de ventilatie-eisen zijn bij de overgang naar het Bbl grotendeels overgenomen. Formeel wordt sinds 1 januari 2024 getoetst aan het Bbl, met andere artikelnummers en een andere indeling. Een actuele rapportage verwijst daarom naar de Bbl-artikelen; wij vermelden waar relevant de oude verwijzing erbij, zodat het bestek en de berekening op elkaar aansluiten.

Niet vanzelfsprekend. Het Bbl-niveau voor bestaande bouw is een handhavingsondergrens, geen comfortniveau. Programma's van eisen voor gezonde kantoren en actuele binnenklimaatrichtlijnen leggen de lat per persoon aanzienlijk hoger. Bij verdichting van de bezetting kan een gebouw dus formeel voldoen en tegelijk functioneel tekortschieten; een ventilatieberekening op het werkelijke gebruik maakt dat verschil zichtbaar.

Wij werken niet met standaardprijzen, elke opdracht verschilt in omvang en complexiteit. Deel uw projectgegevens en u ontvangt binnen 48 uur een vaste offerte op maat. Een toets van een bestaand gebouw kan vaak op basis van de bestaande tekeningen en de installatiegegevens worden uitgevoerd, zonder opname op locatie.

Ventilatietoets of -berekening nodig? Binnen 48 uur een vaste offerte op maat.

Deel uw projectgegevens en ontvang een heldere offerte, zonder verplichtingen.

Offerte aanvragen